Rechtbank Utrecht: Nieuwe richtlijn bij niet tijdig beslissen

Nieuwe richtlijn voor beroepen NTB

Het onvermogen van de IND om haar beslispraktijk op orde te brengen blijft de gemoederen bezighouden. Voor de rechtbanken is het inmiddels een hoofdpijndossier.

Omdat de opeenvolgende Ministers onvoldoende in de capaciteit van de IND hebben geïnvesteerd, en voornamelijk bezig waren met plannenmakerij in de Kamer, kijkt de IND tegen een enorme achterstand in het behandelen van vooral asielzaken aan. Het lukt maar niet om die voorraad weg te werken. Daarbij spelen ook telkens politieke keuzes een rol, die dat in de weg zitten.

De rechtbanken worden daarom overspoeld met beroepen Niet Tijdig Beslissen. Dat zijn beroepen waarin burgers vragen om voortgang in de behandeling van hun zaak. De Nederlandse wet bepaalt, dat rechters als de wettelijke termijn is verstreken en er nog niet is beslist, het bestuursorgaan op de vingers moet tikken en aan het bestuursorgaan een dwangsom moeten opleggen. Die dwangsom is bedoeld om de Minister in beweging te krijgen in de individuele zaak waar de wettelijke termijn om te beslissen al is verstreken.

Als de Minister alsnog beslist binnen een “redelijke termijn” na de uitspraak, dan worden geen dwangsommen verbeurd. Maar anders wél.

Wat is nu een redelijke termijn? En hoe hoog moet die dwangsom zijn, zodat er ook echt effect van uitgaat? Dat zijn twee vragen waarmee de rechtbanken zich al jaren bezighouden, als het om de afdeling asiel van de IND gaat.

 

Na de invoering van het Migratiepact heeft de Vreemdelingenkamer Utrecht een nieuwe richtlijn hiervoor afgekondigd.

De Rechtbank heeft in een uitspraak van 20 juli 2026 de volgende regels opgesteld.

  1. Als de asielzoeker al gehoord is, moet de Minister binnen vier weken beslissen op de aanvraag.
  2. Als er nog geen gehoor is afgenomen, krijgt de IND nog 4 weken de tijd voor het inplannen van een asielgehoor. Daarna moet de IND binnen 2 weken beslissen op de aanvraag.
  3. Als de hele procedure al langer duurt dan 21 maanden (wat een absolute grens is volgens het EU recht, maar een grens die door de IND in veel gevallen tóch wordt overschreden), dan krijgt de IND nog 2 weken de tijd na de uitspraak om te reageren.

De hoogte van de dwangsom loopt terug van € 100 (het standaardbedrag in bestuursrechtzaken voor alle burgers) naar € 50 per dag.

ECLI:NL:RBDHA:2026:20136, Rechtbank Den Haag, NL26.30448

De termijnen zijn duidelijk en overzichtelijk. Eerder waren er rechtbanken die met erg ingewikkelde  uitspraken kwamen waarin een staalkaart werd gegeven van een hele rist aan mogelijkheden. De vreemdeling moest zelf daaruit maar kiezen wat op hem toepasselijk was. Er waren ook eenvoudige uitspraken, maar met termijnen die zó lang waren, dat de vreemdeling zich afvroeg waarom hij eigenlijk een beroep NTB had ingesteld (overigens werden zelfs díé termijnen door de IND vervolgens vaak niet gehaald!). De uitspraak van de Rechtbank Midden Nederland is wat dat betreft welkom.

 

De rechter had de teugels echter nog wel wat strakker mogen aantrekken, wat Ad Astra Advocatuur betreft. Want voordat iemand bij de rechter kan klagen krijgt de IND al twee weken extra tijd (na de ingebrekestelling). Bovendien duurt een beroep NTB minstens twee maanden, en soms wel een half jaar. Al die tijd weet de Minister al dat voortgang dringend gewenst is. Dan zou na de uitspraak een termijn van twee weken voor alle gevallen alleszins verdedigbaar zijn. Het voordeel is dan bovendien, dat de IND dan ook eerder in actie komt. Onder de regeling van de Rechtbank Utrecht kunnen ze rustig de uitspraak afwachten. Deze regeling zal op het aanhangig zijn van een beroep NTB waarschijnlijk zelfs een averechts effect hebben: de IND weet dan dat ze dat dossier voorlopig nog ongestraft terzijde kunnen leggen en andere zaken laten voorgaan.

 

Hoe dan ook, met de uitspraak die de Rechtbank Midden Nederland deed is wel duidelijkheid geschapen.

 

Dat de hoogte van de dwangsom omlaag gaat is gek. Iedereen weet, dat juist bij asielzoekers de termijnen onredelijk lang oplopen. Dan zou hier juist een hógere dwangsom moeten worden opgelegd, om de Minister te bewegen eindelijk het probleem op te lossen. Van een dwangsom van € 50 is de Minister waarschijnlijk niet onder de indruk.

 

Wel heeft de Rechtbank bepaald, dat de dwangsommen 300 dagen lang kunnen doorlopen. Zo vangt de Rechtbank in elk geval veel vervolgberoepen af.